Clicky

MoetDatNou: Rekentoets
dinsdag 17 maart 2015

Rekentoets

Ik heb de rekentoets gemaakt. Dé rekentoets. De veel besproken, gevreesde rekentoets. En het was heerlijk. Ik houd van rekenen. Niet dat ik het kan, want het tellen tot tien gaat bij mij al gepaard met de onnodige afleidingen. ‘...1, och, ja, 1, mooi getal, die 1, met dat verticale streepje en dan dat dakje eraan, mooie dingen trouwens, die daken, dat je eronder kunt gaan staan en zo. Dat het regent, en dat je dan gewoon zoiets hebt van laat ik maar onder dat dakje gaan staan, want daar blijf ik droog. Dat kan lang niet iedereen hoor, onder dakjes staan. Zwervers bijvoorbeeld, of nou ja, die kunnen natuurlijk ook gewoon onder een afdakje gaan staan dus laat maar zitten en zo.’ Waar was ik ook al weer? Ach ja, bij 1. M’n stukje is al bijna halverwege, dus laat die andere negen cijfers maar achterwege. Tijdens de rekentoets ben ik erachter gekomen dat ik van rekenen houd. Ik houd van rekenen, juist omdat ik zo afdwaal. Ik ben er opnieuw achtergekomen waar ik wel goed in ben. Wegdromen, eindeloos fantaseren, verhalen bedenken.

Bij de eerste drie vragen gaat het nog redelijk. Dat wil zeggen, ik lees geconcentreerd, snap wat er van me gevraagd wordt en ga met goede moed af op de vierde vraag. M’n concentratie begint dan af te zwakken. Het gaat nog wel, denk ik. Niet opgeven nu. Zo moeilijk is het niet, m’n antwoorden bij de eerste drie vragen zullen niet eens zo ver van de werkelijkheid staan. Maar het is tevergeefs. Voor me ligt inmiddels een kladpapier met daarop een versgetekend clowntje met een piemel in de vorm van een hakenkruis. Verdomme. Alwéér verloren. Verloren van m’n ongecontroleerde gedachtestromen. En inmiddels zit dit stukje ook al zo goed als af in m’n kop. Er is geen mogelijkheid om het op te schrijven, want het kladpapier dient te worden ingeleverd. O ja, fuck, het clowntje. Ik kan niet aan alles tegelijk denken, alhoewel dat precies is wat er in m’n kop gebeurt. Maar als ik dat doe, zal ik alles geheid vergeten. Dus besluit ik de rest van de vragen te skippen, om snel m’n eindeloze gedachten op te schrijven, maar natuurlijk vooral om snel dat clowntje ongezien in een prullenmand te deponeren. Ondertussen, tijdens het skippen van de vragen, worden m’n ogen getrokken door een vraag over een boot. ‘De boot vertrekt naar Newcastle’, staat er, ‘in Newcastle is het een uur vroeger, bereken de gemiddelde snelheid van de boot.’ Okdoei.