Clicky

MoetDatNou: Terug met de pret, van een sigaret
dinsdag 13 november 2012

Terug met de pret, van een sigaret

Betoog door Philip Voorn.
’29 oktober jl. Het nieuwe regeerakkoord is uit en heel Nederland wacht in spanning af hoe erg de nieuwe bezuinigingen zullen aankomen. In heel het land is echter één groep mensen die extra zijn aandacht heeft gevestigd op het uitbrengen van het akkoord. De rokers. Na de vele accijns- en tariefverhogingen van de afgelopen jaren is het wederom de vraag of het uitvoeren van hun dagelijkse pretmomentje weer kostbaarder is geworden. Want roken lijkt de enige overgebleven legitieme manier voor de overheid om mensen nog extra geld uit de zakken te kloppen, immers: roken is het kwaad. Of niet?
Ik ben van mening dat er wel het een en ander valt aan te merken op deze stelling. Immers, een lang leven hoeft nog niet een goed leven te betekenen. Dat roken dodelijk is, is allang bewezen en algemeen bekend. De complicaties van het opsteken van een sigaret worden jaarlijks gemiddeld 25.000 Nederlanders fataal. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de overheid zich zeer bezighoudt met het terugdringen van het aantal rokers en het voorlichting verstrekken aan de nog potentiële rokers. Is dit echter wel terecht? Mijn mening is dat de overheid is doorgeslagen in het aanpakken van de rokers in Nederland.

In een zichzelf respecterende democratie als Nederland kan het natuurlijk niet zo zijn dat een bepaalde groep mensen zodanig in zijn vrijheden wordt beperkt, door middel van steeds nijpender wordende accijnzen en striktere rookverboden, dat zij wordt beperkt in haar doen en laten. Want de complicaties van het roken zijn toch echt voor de roker zelf en niet voor de overheid. Rokers zijn zich ook bewust van de eventuele beperkingen op de gezondheid en hebben hier vrede mee. Volgens Richard Klein, de auteur van ‘cigarettes are sublime’, komt dit door een behoefte van de overheid aan morele censuur. Want dat is ook precies wat de verdere beperking op het roken is. Morele censuur. De plaatjes op pakjes sigaretten van verminkte rokers zoals dat in een aantal landen al te zien is, zijn hier het perfecte voorbeeld van. Door middel van afschuwwekkende plaatjes wordt ingespeeld op het sentiment van de roker, hoewel vaak geheel irrelevant. Deze morele censuur is niets dan symboolpolitiek om de werkelijke problemen van de zorg te verbloemen. Over de werking hiervan nog maar te zwijgen. Want ondanks de vele maatregelen is de sigarettenproductie alleen maar toegenomen, immers: wat niet mag, is lekker.

Daarnaast wordt er vaak op verkeken wat de economische belangen zijn van het roken, want algemeen bekend is dat de rookindustrie zeker zijn aandeel heeft in de wereldeconomie. De rookindustrie voorziet honderdduizenden mensen wereldwijd van banen. Dit is echter niet direct relevant voor de rookmaatregelen in Nederland. Vooral relevant is het zogenaamde rookverbod in de horeca dat in 2008 werd ingevoerd. Al snel bleek duidelijk dat dit voor vrijwel alle kleine cafés de doodsteek betekende, en is de maatregel al deels aangepast. Immers, als mensen binnen niet meer kunnen roken zullen ze naar buiten gaan, bestellen ze minder of komen ze zelfs helemaal niet meer. Echter het huidige rookverbod verschaft nog steeds de nodige economische problemen. De middelgrote cafés lijden nog steeds onder de strenge maatregelen opgelegd door Den Haag. Onze zuiderburen kennen hetzelfde probleem en daar hebben horecaondernemers zelfs om een compensatie gevraagd voor het rookverbod en verwachten een bloedbad onder ondernemingen als er geen dergelijke compensatie beschikbaar wordt gesteld. Uit een minder verwachte hoek van economische aspecten van rookbeperkingen komt die van de kosten van de gezondheidzorg, immers rokers sterven jonger, dit scheelt de staat jaren aan AOW kosten. De kosten van de intensieve longkanker behandelingen wegen hier niet tegenop. Conclusie: rokers zijn goedkoper voor de samenleving en spelen een belangrijke rol in de binnenlandse economie.

Rokers blijken dus ondanks hun bijdrage aan de binnenlandse economie steeds verder te worden beperkt in hun vrijheden. Ze weten dat roken schadelijk is en het wordt ze steeds moeilijker gemaakt. Vraag die overblijft is dan: waarom blijven mensen toch halsstarrig doorpaffen en waarom beginnen mensen nog steeds met roken? Er zijn meerdere mogelijke verklaringen voor deze trend, de meest voor de hand liggende is groepsdruk. Maar het roken van een eerste sigaret blijkt meerdere drijfveren achter zich te hebben. Volgens Henk Hofland is de reden dat jongeren hun eerste sigaret roken het accepteren van de ontoereikendheid van het aardse bestaan. Roken vermindert de angst voor de dood. Het feit dat roken dodelijk is draagt bij aan deze hypothese, door middel van roken wordt de dood tastbaarder en toegankelijker. Echter, ook van belang voor de verklaring van het blijven roken is simpelweg doordat het roken onderdeel is van een jongerencultuur die zich wil afzetten tegen de gevestigde orde. Dit is te verklaren door de esthetiek en de romantiek van het roken. Modellen als Marilyn Monroe zouden veel moeten toegeven in hun sexappeal, als zij niet werden gesteund door het esthetische bijeffect van een nonchalante sigaret. De sigaret is simpelweg een cultsymbool.

Het lijkt dus onvoorstelbaar dat steeds weer het roken slachtoffer blijkt te worden van strengere maatregelen en uit de pan rijzende belastingaanslagen. Het voornaamste argument van de overheid luidt echter: “roken is schadelijk voor de omgeving en wij moeten de omgeving beschermen”. Natuurlijk ben ik het hier ook mee eens. Als iemand ervoor kiest om een zo gezond mogelijk leven te leiden mag hij niet het slachtoffer worden van andermans gewoontes. Dit argument biedt echter geen ondersteuning aan de voornaamste maatregel van de afgelopen jaren: het rookverbod in de horeca. Immers, de niet rokers werden al beschermd, in zogenaamde niet rokerscoupés in de trein en rookvrije zones in cafés. Het was voor niet rokers al gemakkelijk om zonder gevaar te lopen per ongeluk mee te roken. Echter het was niet genoeg, er kwam een rookverbod, liever verdere betutteling, economische schade in tijden van crisis en publieke ontevredenheid dan een geringe kans op ongezonde situaties. Mijn devies luidt: “terug met de pret, van een sigaret.”

1 opmerking:

  1. Ik steek er nog ééntje op, voordat ze een tabakspas invoeren.

    BeantwoordenVerwijderen